nieuws

Geboren in een stal

In januari zijn Henk en Wilma van der Vinne samen met Elly en Rikkert Zuiderveld in Ghana voor een bezoek aan het project van de Andreas Manna Stichting onder straatkinderen in de stad Takoradi. Ook in en om Hoogeveen is actie gevoerd voor de bouw van een dagopvang voor deze kinderen. Wilma doet verslag.

Harmatan

harmatanVóór de landing in Accra vertelt de purser dat het zicht slechts zeshonderd meter is. Juist voldoende voor de landing. De “Harmatan” bedekt de huizen - binnen en buiten - met een grijze laag stof. Noordenwinden voeren  woestijnzand aan vanuit de Sahara, die de stad schijnbaar overmeestert en ruw verpulvert tot stof, nadat het zich eerst met het roet van de uitlaten heeft vermengd. Het is al een paar dagen zo en het zal zo nog wel een maand voortduren! Als we de volgende dag uit ons bed komen en verlangen naar Afrika bij dag, zijn we geschokt! De zon,  gehuld in een grauw kleed, staat beneveld aan de hemel en ziet neer op een stad in rouw gedompeld, die onderuit zit in zak en as. Het heeft de aanblik van een heiige najaarsdag in Nederland, maar één die neerdaalt als een alles verstikkende dauw. Zelfs de palmbomen zijn moe en hangen sip omlaag. Kleurig Afrika schijnt ál z’n kleur te hebben verloren! De aarde heeft zich bekleed met een juten zak, als een zwerver. Hoe kunnen de mensen hier zó leven, vraag ik me even af. En dan ook nog elk jaar opnieuw. Hoe hou ik het hier een maand vol? Maar na een paar dagen zal blijken, dat mensen aan heel wat dingen wennen, ook wij! In Takoradi leven onze vrienden Sammy en Lucy hun leven. Voor hen is het de gewoonste zaak van de wereld dat Takoradi, hun stad, zich in het stof buigt. Het stof is een ramp dat fijne digitale apparatuur als computers binnen de kortste keren vernietigt. En zo schijnt er niets mee te werken in de natuuromstandigheden van dit land dat een voorbeeldland van ontwikkeling is in de westerse wereld. Een land vechtend tegen de grilligheden van de dwarse natuur. Grilligheden die wij niet begrijpen, terwijl zij het zich maar niet afvragen…

Joyce

Sammy vertelt enthousiast over de ontwikkelingen rondom het project. De verhuizing van het oude gehuurde pand naar de nieuwbouw. De gebouwen die ondertussen gebouwd zijn, zoals de dagopvang en de workshop, zijn inmiddels in gebruik genomen. Ook vertelt hij over de kinderen, de vooruitgang en de tegenslagen. Joyce, één van de oudere straatmeisjes die we sinds een paar jaar opvangen, zestien jaar met een opgeruimd karakter, werd enige tijd geleden opgeëist door een “oom” en verdween ineens naar de hoofdstad Accra. Daar is ze gebruikt om te werken in de huishouding. Ze moest er ook ander dingen doen die ze niet fijn vond maar waarover ze niet wou praten. Ze wou de school voortzetten, waar ze met onze hulp naartoe gaat. Ze vluchtte daarom terug. Maar gisteravond is ze min of meer ontvoerd door mensen die zeiden dat ze haar ouders zijn. Ze slaapt normaal gesproken thuis bij iemand die haar opvangt alsof ze haar eigen moeder is. Juist gisteravond is Joyce weer opgehaald door haar “familie”, waarvan we waarschijnlijk nooit zullen weten of dat inderdaad familie is. Het is de vraag wat de rol van haar opvangmoeder is. Werd haar geld geboden? En waar is Joyce nu? Is ze wel bij familie? Of wordt ze verhandeld en misschien zelfs in de prostitutie gezet? Dit bericht stemt me droevig en we maken ons veel zorgen om haar. Sammy heeft de politie ingeschakeld, maar het gebeurt zoveel dat je mag afvragen wat hun onderzoek voorstelt. Het voelt machteloos en het overtuigt ons nog meer van de noodzaak om een nachtopvang te bouwen voor deze kwetsbare kinderen. Ze willen daarom graag zo snel mogelijk beginnen met de bouw van de nachtopvang. Dat blijkt steeds weer bijzonder noodzakelijk voor sommige kinderen. Sammy gaat verder met spijt in zijn stem: Dominice, Ruth en Martha komen niet meer. Hun vader kwam weer op de proppen. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis bloeiden de kinderen helemaal op en gingen naar onze school. Maar bij zijn terugkomst begon hij moeilijk te doen. Hij verbood zijn kinderen om nog langer naar school te gaan, of op het project te komen. Vermoedelijk heeft hij zelf de kinderen nodig om handeltjes voor hem te doen.

Ontmoeting

De kinderen - ontstellend veel hele kleintjes -  zingen als we aankomen hun welkomstlied: “We welcome you daddy Henk, mammie Wilma, aunty Elly en uncle Rikkert.” We weten inmiddels dat het zo zal gaan, toch ontroert het steeds weer. Overweldigend veel en erg kleine kinderen. Meer dan honderd en veelal niet ouder dan een jaar of vijf. De kinderen zien er merendeels onverzorgd uit. Sommigen zijn ziek, een deel heeft hongerbuikjes. Eén meisje heeft gele waterige oogjes, zelfs de mooie vlechtjes met gekleurde strikjes kunnen de trieste aanblik niet verbergen. De oudere meiden vliegen me om de hals, verpletteren me bijna. Hun enthousiasme is groot zodra ze ons weerzien. Het is duidelijk dat ze met de projectontwikkelingen vertrouwen hebben gekregen in die blanke mensen uit Nederland. Die steeds terugkomen en bij hun afwezigheid doen wat ze hebben beloofd: een huis voor ze bouwen, hun eten en hun schoolgeld betalen en zorgen dat ze gezondheidszorg krijgen als dat nodig blijkt. Elly en Rikkert halen een gitaar tevoorschijn en binnen de kortste keren gaat het dak eraf! Zonder schroom doen ze mee met de gebaren van Elly. Eén ding is duidelijk: vanaf nu is het twee weken feest! Het is heerlijk om te zien hoe de kinderen genieten en zich thuis voelen in het project dat om hèn draait! Na het instuderen van wat liedjes luisteren we naar hun verhalen en geven ze de nodige aandacht. Sommige kleintjes kruipen al op schoot, anderen kijken eerst de kat uit de boom. Want aanrakingen zijn ze niet zo gewend. Lucy werkt enthousiast mee. Het is duidelijk dat ze liefde heeft voor werken met deze kinderen maar ook weet dat gezag nodig is en het leren van grenzen. Ze danst en zingt, lacht met ze en zorgt voor ze. We zijn zeer verrast over de supermooie gebouwen die we zien. Ze zijn zo praktisch. Sammy vertelt er van alles over. Overdag veel schaduw, tegelijk houdt het de warmte buiten omdat de wind er goed doorheen kan spelen. Maar bij regen beschermt het daarentegen. Er is goed over nagedacht! Sammy ziet met vertrouwen de toekomst tegemoet. Legt ons uit waar de nog te bouwen nachtopvang gebouwd gaat worden. Bij de lunch praten we lang over allemaal zaken betreffende het project. Lucy legt uit dat ze graag snel water willen hebben op het project. Het probleem is echter dat de waterleidingmaatschappij niet meewerkt en eerst smeergeld wil hebben! Het gaat om zóveel geld, dat we beter zelf een boorput kunnen realiseren, dan zijn we ook naar de toekomst toe altijd zeker van water. Naar water boren kost ruim tienduizend euro. Verder blijkt het belangrijk dat Sammy en Lucy op het project gaan wonen. Dat is in principe tijdelijk al mogelijk in het kantoorgebouwtje wat er net is gebouwd. Maar dan moet er natuurlijk wel water zijn…

Leven in een stal

Het project bevindt zich aan de rand van Takoradi. Rondom de stad liggen kleine dorpjes. Zoals Mbotado. De zeer arme bewoners bouwen daar hun krottenwoningen die meer op ruines of grotten lijken, van alles wat voorhanden komt: blik, hout, leem en steen. Het dorp waar een aantal van onze kinderen vandaan komen, is er één van. De levensomstandigheden zijn ontluisterend. We zijn al heel wat gewend door de jaren heen. Toch kijken we onze ogen uit. De hele sliert kinderen loopt achter ons aan. Sammy stelt ons voor aan oma’s, tantes en ook een oom die een beetje voor sommige van onze kinderen zorgen omdat ze zelf geen eigen ouders meer hebben. Dat wil zeggen dat de kinderen daar slapen. Geld om naar school te gaan is er niet en de zorg stelt weinig meer voor dan het verlenen van een schamel onderdak. Daarom slenteren de kinderen merendeels bij de straat. En ook als ze nog een moeder of vader hebben, moeten ze die vaak helpen bij de werkzaamheden. Stenen hakken, op het land helpen of hun handel verkopen op straat. De mensen ontvangen ons vriendelijk. De huisjes die we zien zijn minder dan een stal te noemen. Een paar verticale palen die met wat horizontale een geraamte vormen. Tussen de openingen is klei aangebracht, maar ook is er heel veel weggespoeld vanwege de heftige regens nu en dan. Op dat alles rusten stukken golfplaat, met de nodige gaten en kieren. In de gaten hangt kleding te drogen. Dit mag je toch echt geen bescherming noemen tegen regen of stof. We zien bij zo’n huisje twee kleine meisjes in de deuropening staan. Er is een geitenhok naast de deur gemaakt. Je ziet het verschil niet tussen dit hok en het huisje. Zoals de geiten leven, leven ook de mensen. Het geitenhok is alleen een beetje kleiner. De kinderen wonen en slapen gewoon op de grond. Soms op een matje, veelal op een plat gevouwen doos. Sammy legt uit dat hij in dezelfde omstandigheden is geboren en opgegroeid. Zijn hoofdkussen was zijn eigen arm! Geld voor een beter huisje is er niet, geld voor voedsel is er ook nauwelijks. Laat staan geld om deze kinderen naar school te laten gaan. Sammy merkt op: Soms zijn kinderen zonder ouders beter af dan met. Vanwege de armoede kunnen veel ouders niet voorzien in de zorg van hun kinderen. Het raakt ons diep en we zijn blij dat wij voor deze kinderen in ieder geval een veilige plek weten te realiseren waar ze overdag naar toe kunnen gaan en waar ze te eten krijgen.

Water

Bij Sammy en Lucy thuis vind ik onder de mail uit Nederland ook het fiat van het bestuur om naar water te boren. Sammy belt direct met de mensen van het waterbedrijf en krijgt het voor elkaar dat ze de volgende dag al komen. Wij rijden de mannen vooruit naar het project. Onderweg kopen we nog een paar grote broden die we kunnen uitdelen aan de kinderen. Aangekomen bij het project, gaan de werklui direct aan de slag om te onderzoeken of er water in de grond zit. Dat is nog een hele klus. Ze hebben daar een dag voor nodig en zullen het morgen afronden. Ze meten met elektriciteit en lezen af aan de hoge of juist lage spanning waar er water in de bodem zit. Na het onderzoek worden alle gegevens in Accra in de computer ingevoerd en pas daarna komt de uitslag. Het is nog een paar dagen spannend voor we de uitslag weten. Ondertussen hebben wij leuk contact met wat kleine kinderen. Er zijn niet erg veel deze dag, maar wel hele kleintjes. Kinderen van omstreeks drie jaar oud. Sommigen zijn met een ouder broertje of zusje gekomen, anderen zijn alleen komen aanlopen. Ze genieten van een homp vers brood en peuzelen het helemaal op. Eén meisje ziet er verschrikkelijk moe uit. Ik neem haar op schoot en binnen enkele minuten is ze in een diepe slaap verzonken. Zich helemaal overgevend aan die onbekende warme schoot. Ze kan zich even veilig voelen en kind zijn. De grote homp brood glijdt uit haar kleine hand. Een jongetje pakt het op en bewaart het voor haar. Hij vertelt me dat ze Dorcas heet. Ze ziet er erg onverzorgd uit in haar versleten jurkje. De haren zijn dun en vaal, ook heeft ze kale plekken op haar hoofdje. Ik heb haar vertrouwen gewonnen: vanaf deze middag is ze steeds in mijn buurt te vinden en als ze een gelegenheid ziet, glipt ze weer op mijn schoot. Hunkerend naar die aandacht en dat veilige gevoel. Een paar dagen na onze terugkeer naar Nederland wordt er inderdaad naar water geboord en… ook gevonden!

De Stad

Sammy zijn auto is stuk. De taxi biedt in Ghana goede vervoersmogelijkheden voor de korte afstand. Dat is heel gewoon en ook behoorlijk goedkoop. Maar er moet wel over onderhandeld worden want een witte kop heeft geld. We laten ons bij de “Market Circle” afzetten en gaan op in de mensenmassa. Oudere zwervers: mannen en vrouwen, zo grauw als de stad is. Als kinderen groeiden ze op in de straten. Nu ze bejaard zijn is er evenmin onderdak voor ze! Een vrouw verpakt in blauw plastic, zit weggedoken onder een parasol. Alsof ze alleen op de wereld is vond ze een plekje in de middenberm van twee rijrichtingen waarlangs aftandse taxi’s zich luid toeterend een weg banen. Langs de weg zitten goed verzorgde mannen in lange witte gewaden te bedelen. Die dat doen omdat ze niets beters hebben te doen. Elly past een zonnebril bij één van de vele verkopers langs de weg. Die begint slaand met een doek alle brillen af te stoffen. Uit de eerste die ze uit het rek trekt en opzet, valt onmiddellijk een glas! De straat lijkt een grote chaos, maar Rikkert merkt optimistisch op: “Toch heeft alles z’n plek.” Jongentjes en meisjes lopen met handeltjes op het hoofd tussen de menigte door. We nemen de heftige beelden in ons op. Op de markt loopt ons een vrouw tegemoet, naakt, verward. Omstanders lachen en zien toe hoe wij hierop reageren. Opmerkelijk genoeg komt er schaamte op haar gezicht zodra ze onze witte koppen ziet. Ik sla mijn ogen neer. Op de markt wandelen is een plezier tussen de kleurige vrolijke vrouwen. Het is gewoon dat bij alles moet worden afgedongen. Ze beginnen met een prijs die een veelvoud is van de werkelijke waarde. Op zoek naar een drum neemt een jongeman ons tegen betaling mee de stad in maar weet dan uiteindelijk niet waar we moeten zijn. We vragen wat rond en al snel lijkt iedereen te weten wat we zoeken. Er komt een jongen aan die weet waar de drums zijn. Hij laat ons even wachten en komt enkele minuten later, helemaal bezweet van het harde lopen, terug met een talkingdrum. Dat is wat we zoeken en zodra we hem de markt op volgen komen we bij een kleine houten werkplaats - drie bij drie -, waar één man druk werkt aan het bouwen van drums en vijf anderen werkeloos toezien hoe hij dat doet. Henk en Rikkert onderhandelen over de prijs en kopen er elk één. Bij Barclays vinden we een mogelijkheid om geld te pinnen. Nadat twee pinautomaten het begeven, vinden we nog een andere aan de overkant van de straat. Die spuugt op verzoek heel wat Ghanese flappen uit die ons voor een paar dagen miljonairs maken. Met moeite vinden we een plek waar we al het geld kunnen wegstoppen. Moe, stoffig en dorstig belanden we op een soort van terrasje. In de schaduw genieten we van een koele dronk, van alle drukte en de mensen die voorbijkomen. Ik probeer vast te leggen wat ik zie door er veel foto’s van te maken. Toch is het zelfs met foto’s niet na te vertellen in Nederland. Als wij uitgekeken zijn en onze boodschappen hebben gedaan bij de supermarkt, nemen we weer een taxi en gaan naar het huis van Sammy en Lucy voor het avondeten. Er is geen mailverkeer mogelijk, want de telefoonlijn ligt plat. In het hotel is de stroom uit, dus we douchen ons bij kaarslicht… ach alles went als je hier bent.

Kerk

De eerste zondag van het jaar is de kerk overvol. We kennen de kerk van ons bezoek anderhalf jaar geleden en weten dat het letterlijk oorverdovend is als iedereen zingt en bidt. Anderhalf jaar geleden waren er zo’n vijftienhonderd leden. Nu telt diezelfde kerk drieënhalfduizend mensen. Het vooruitgangsgeloof verspreidt zich razendsnel in grote delen van Afrika: zusters goed gekleed en broeders strak in het pak. Want schijn bedriegt omdat de gemiddelde Afrikaan kleding op prijs stelt boven voedsel. Zo gebeurt het dat het merendeel van de aanwezigen hongerige stalbewoners zijn, maar zich kleden alsof ze tot de notabelen van de stad behoren! Boven het grote podium hangt tussen rood velours een kroonluchter die niet zou misstaan in de Phantom of the Opera! Boven langs de wanden rondom,  kleuren zenuwachtig flikkerende kerstlichtjes door het hele gebouw. Zouden ze daar alleen rondom de kerst- en nieuwjaarsperiode hangen? De muziek is oorverdovend. Een band vóór in de kerk die Amerikaanse praise speelt met een rondborstig koor die Afrikaanse gospelliederen zingt zoals ze dat ook doen in Amerika! We willen er graag blij mee zijn, want iedereen schijnt blij, toch stemt het ons droevig als we denken aan onze kinderen en hun God, geboren in een stal! We zijn voor de zekerheid een uurtje later gegaan, om het grootste deel van het zingen te missen, omdat het oorverdovend is en de bassen je bijna van je stoel blazen! Normaal gesproken duurt de dienst niet langer dan tot half elf. Er is nu echter een gastspreker die het er ruimschoots van neemt. We luisteren niet minder dan drie uur naar zijn verhalen in steenkool Engels, die enthousiast met oh’s, ah’s, halleluja’s en amen’s ontvangen worden door de vele aanwezigen. Het ene verhaal over vooruitgang en zegen na de andere, maar de bijbel blijft dicht! En dat terwijl ze net de verjaardag hebben gevierd van hun God, die zelf geboren werd in een stal! Jammer dat zóveel oprechte Afrikaanse geloofsbeleving geofferd dreigt te worden aan het vooruitgangsgeloof dat Afrika terroriseert vanuit de rijke westelijke wereld, waar men over het algemeen liever architectonische kerken bouwt dan verlangt te delen met weduwen en wezen die in een stal wonen! Een zwerver - clichématig met dreadlocks, bloeddoorlopen ogen, gele tanden, smoezelig gekleed en volle plastic zak op zijn rug - vind nog iets van zijn gading tussen de taxi’s die alweer ongeduldig staan te wachten om de kerkgangers naar hun stoffige krotten te brengen, om daar hun zondagse kleding tussen de mottenballen te hangen tot volgende week. Onderweg naar huis proberen straatkinderen bij stoplichten hun handelswaar aan de man en de vrouw te brengen!

Bedua en Matthew

De volgende dag zijn we opnieuw in het centrum. Brengen een bezoek aan Bedua, die daar de opleiding volgt voor kapster in de plaatselijke salon. Bedua heeft moeite om er alle dagen te zijn, maar ze doet haar best. Ze is nog jong en opgegroeid op straat. Daar heeft ze een kindje gekregen die ze er ook nog bij verzorgt. We spreken even met haar en met de kapster die ook haar lerares is. Ik hoor mezelf wanneer ik met wat peptalk probeer haar aan te moedigen. Dán vervolgen we onze weg door het drukke centrum. Op zoek naar Matthew. Hij leert elektromotoren wikkelen. Ik heb nog steeds niet begrepen wat dit precies is. Maar de jongen is erg blij met zijn opleiding en hij doet het heel goed. Zijn baas is zeer tevreden met hem. We praten even met Matthew, bedanken hem voor zijn inzet.

Voedsel

Sammy heeft een verzoek om hulp ingediend bij de OIC. Dat is een Amerikaanse organisatie die onder meer aan scholing en voedselverstrekking doet. Ze helpen ons inmiddels met voedsel voor veertig kinderen. Ook bezoeken zes van onze kinderen de technische school van de OIC en worden daar getraind in een vak. Per jaar mogen we daar acht kinderen plaatsen. Annet van wie je ziet dat ze wel wat kan, stelt zich voor als “officer” van de OIC en geeft ons uitleg over de organisatie en het werk dat ze doen in Takoradi. Elke drie maanden wordt er een vrachtwagen met voedsel gestuurd. Dit wordt verdeeld onder de kinderen. Zij mogen dit meenemen naar hun “thuissituatie”. Er staan officieel veertig kinderen op de lijst. Maar het is begrijpelijk dat het onder veel meer van onze kinderen verdeeld wordt. De kinderen van de lijst worden bij de verdeling gewogen en gemeten. Er wordt een rapport opgemaakt, zodat de kinderen in de loop van de jaren gevolgd worden in hun groei en gezondheid. Samen met Annet bezoeken we de technische school voor een rondleiding. In de school krijgen we een heel ontvangst van de leraren met de nodige toespraken en lopen we alle klassen door om te zien hoe deze kansarme jongeren een vak leren: Timmeren, naaien, metaal bewerken, stof batikken en kappen. Ook ontmoeten we onze kinderen die daar geplaatst zijn. Sammy spreekt ze vaderlijk toe en moedigt ze aan om maar vooral door te zetten met de opleiding. Ook al is het op dit moment moeilijk om vol te houden. Als ze volharden, hebben ze nog een kans om iemand te worden in deze maatschappij en deze kans moeten ze aangrijpen!

Busua

In twee taxi’s vertrekken we naar Busua. In dit dorp hebben Sammy en Lucy gewoond en zodoende zijn we er verschillende malen geweest. Vandaag willen we hen en hun kinderen verwennen! Er is een mooi zandstrand. Ook staat er een groot westers toeristenhotel en daar omheen wat leuke winkeltjes. Het contrast is groot tussen de rijke westerse bezoekers - die wit komen aanrijden en bruin afrijden in hun gehuurde “four wheel drives” - en de autochtone Afrikaanse bewoners. Daarnaast bevindt zich in dat hotel een groepje rijke Ghanese gasten. De grote verschillen tussen rijk en arm bedreigen onderhuids de stabiele ontwikkeling in Ghana. Wij mengen ons in dit dorp onder dit gezelschap en gaan met de hele familie van Sammy en Lucy uit eten. Daarna genieten we van een middagje strand. Elly en Rikkert wagen het ook nog te zwemmen in het warme zeewater. Verschillende mensen herkennen ons van zoveel jaar geleden en spreken ons aan. Zelfs de chief die ergens onder een boom staat te praten, ziet ons en doet helemaal enthousiast. Verwijtend sneert hij Sammy toe dat het niet zo kan zijn dat hij met mensen in het dorp komt, zonder hem te hebben bezocht in zijn paleis. Sammy verontschuldigt zich en legt uit dat we slechts één middag op het strand zijn. De chief kijkt ongelovig, maar legt zich erbij neer. Op de terugweg naar Takoradi voel ik me ineens erg verdrietig en het lijkt wel of Afrika bij me begint neer te dalen. Alsof de nood van de kinderen hier me meer helder dan gewoon voor de ogen staat. Vanuit het taxiraam geeft Elly een ventende straatjongen met zijn handel op het hoofd, een mooi setje pennen. We zien hoe hij genoodzaakt wordt het af te geven aan een volwassen man die even verderop staat toe te kijken. Ik denk aan Dominice, zou hij nu ook zo voor zijn vader moeten venten? Ik mis hem. Hij was net zo blij met de school waar hij naar toe mocht en hij deed het zo goed.

Afscheid

Het is groot feest met alle kinderen. Veel meer dan honderd! Ze krijgen allemaal twee gevulde broodjes en een pakje frisdrank. Elly heeft snoepjes voor ze en wij geven ze een ballon. Voor deze gelegenheid gekregen van Office Centre in Hoogeveen. Er wordt gezongen, gedanst en gelachen. We zien aangrijpende tafereeltjes van twee kleine kindjes die elkaar helpen met hun broodje en hun pakje frisdrank. Een jongentje dat het in zijn broekzak propt om het thuis weer te kunnen delen met anderen. Gelukkig is zijn broek te groot en kan hij alles erin houden. Wel wordt het lopen aanzienlijk bemoeilijkt door deze actie. Een meisje dat het in haar rokje opbergt en met haar rokje omhoog gaat lopen, zodat ze het niet verliest. Ze genieten zó ontzettend van de lekkernijen, het is aandoenlijk om te zien. Als de ballonnen uitgedeeld worden, breekt er bijna oorlog uit. Samen met Elly en Rikkert wordt gezongen en gedanst! Vanwege alle opwinding onder de kinderen is het geroep en geschreeuw bijna oorverdovend.
Ze gaan weer luidkeels hun eigen liederen zingen en zijn op de hoogte van het afscheid. Terwijl er opnieuw limonade en koekjes worden uitgedeeld, hangen ze aan ons en willen ons niet laten gaan. Aan het eind van het feest overhandigen Elly en Rikkert een talkingdrum en een gitaar aan de kinderen. Er wordt door één van de oudste meisjes voor ons gebeden en door Rikkert voor hen. Het kost ons moeite in ons busje te klimmen, ze verdringen zich rondom, houden ons vast en willen ons niet laten gaan. Terwijl de bus zich in beweging zet, beginnen ze weer luid te zingen: “Glory, glory, glory, somebody touched me!” Ze houden de bus vast. Als dat niet mag, rennen ze er hard achteraan. Het opgejaagde stof deert ze niet! Sammy merkt op: “Ze willen niet dat je gaat, ze willen jullie wel achterna rennen tot aan Accra!” Het doet pijn om ze weer te moeten achterlaten. De groep die achter onze bus aanrent, wordt steeds kleiner. De laatste vier volhoudertjes rennen zeker wel twee kilometer achter ons aan, totdat ze als stipjes aan de horizon verdwijnen en wegzinken in de rode aarde, ruw van ons netvlies gescheurd! Na een moeizame reis en de opvolgende nacht in het gastenverblijf van de organisatie Wycliffe, waaien we uit aan het strand van de hoofdstad Accra. Elly vindt een fles en stopt daar een briefje in met de boodschap: “God loves you!” Zodra ze de fles in zee werpt keert die “per kerende post” hardnekkig terug met de stroom: het lukt niet! Geen wonder, want God houdt van de mensen hier en hoeft niet ver te gaan om zijn liefde kwijt te kunnen…

 

www.andreasmanna.org / www.ellyenrikkert.nl).

 

 

 



terug naar top