Elly&Rikkert terug in Karungu in 2005
Elly schrijft:
Veel te lang heeft het geduurd, maar eindelijk gaan we, samen met Henk
en Wilma en Dick Le Mair, terug naar de plek waar we ons hart verloren
hebben: Karungu in Kenia.
Maandenlang hebben we ervan gedroomd en praten we erover. In die tijd
hebben we in het geheim drie liedjes van de Karungu-kids bewerkt in
de studio en die aan Henk en Wilma aangeboden op de dag dat ze welverdiend,
na tien jaar AMS, een lintje krijgen. William Otieno en zijn zoon Joshua
zijn daarbij. Wat een feest!
Op
3 januari stappen we eindelijk in het vliegtuig. Na een reis (waarin
ik wel vijf maal een andere speelfilm zag!) landen we in Nairobi. Daar
staat de hele familie Otieno ons op te wachten. We slapen in het gastenverblijf
van de Wycliffe-bijbelvertalers en de volgende dag vertrekken we in
een gehuurd busje, mèt chauffeur, richting Karungu. Die bus blijft
bij ons gedurende het verblijf in Kenia van twee weken. We rijden door
het prachtige landschap van Kenia. Over slechte wegen met lastige hobbels
en dwars door duizenden kuilen. Na een rit die net zo lang duurt als
de vliegreis, bereiken we veel later dan gepland - het is al donker
- het kinderhuis. In het licht van de koplampen doemen veertig kinderen
op, die daar urenlang op ons hebben zitten wachten en als wij uitstappen
beginnen te zingen: “Welcome Henk , welcome Wilma, welcome Rikkert,
welcome Elly, welcome Dicky…” de tranen springen me in de
ogen. Wat een welkom!
Er
zijn veel nieuwe, jonge kinderen bij. En tussen de tieners zie ik ook
een bekend gezicht met een stralende witte glimlach: Bozy! Ik ken hem
alleen nog van de foto’s en het boek dat ik geschreven heb: “Bozy
en de kraanvogel’. In werkelijkheid heet hij Kennedy en is nu
dertien jaar. Hij is vriendelijk en leergierig en dikke maatjes met
de andere jongens in het kinderhuis. In het boek is alleen zijn vader
gestorven, maar inmiddels stierf ook zijn moeder. Zijn twee zusjes wonen
bij oma. Bozy woont in een ‘boardingschool’ (kostschool)
en is tijdens de vakanties in het kinderhuis, bij zijn vrienden. Ook
hebben we de oma van Bozy weer ontmoet. Een heel speciale vrouw! Als
we haar tegenkomen bij de kliniek, wijst ze naar mijn leesbrilletje.
Ik zet het op haar neus en ineens ziet ze beter. Zodra ik haar op een
poster wijs met letters, lacht ze: Ze heeft nooit leren lezen en daar
verandert zelfs een leesbril niets aan! We hebben in Nederland een paar
giften gekregen speciaal bestemd om daar de kids ‘nuttige dingen’
voor te kopen. 
Op een dag vertrekken William, Henk, Rikkert en Dick naar de ‘grote
stad’ Kisii. Daar is een soort warenhuis waar ze van alles te
koop hebben. Aan het eind van de dag keren ze terug met twee prachtige
fietsen, een stapel matrassen, beddengoed, een grote kookpot, laarzen,
schoolschoenen enz. enz... De kinderen worden nóg enthousiaster
zodra we besluiten om alle andere spullen die we hebben meegenomen nu
ook uit te delen. Wat een feest! T-shirts, prachtige kinderkleding,
mooi ondergoed, vingerpopjes, een wandkleed voor de studiezaal, wonderboekjes…
Kortom: Iedereen bedankt!!!
Eigenlijk
is het teveel om te beschrijven wat we allemaal meegemaakt hebben: vreugde,
verdriet, leven en dood, kinderen en oude mensen. Want van de generatie
daartussen zijn de meeste mensen gestorven. Hard! In een dokterspost
van de AMS zien we een uitgeteerde jonge vrouw: Aan het eind van haar
Latijn: Aids. Het enige wat ik kan doen is een arm om haar heenslaan
en haar Gods zegen meegeven voor de laatste loodjes…
Bij een bezoek aan een kleine gemeenschap, waar we onthaald worden
op rijst en kip, komt er na afloop een vrouw met een vertederend klein
meisje aanzetten. Nog geen vijf jaar, vlechtjes in d’r haar, een
mooi jurkje aan dat ze waarschijnlijk voor deze gelegenheid voor haar
hebben geleend. Een weesje. Geen vader, moeder of familie meer. De vrouw
die voor haar zorgt vraagt of ze met ons mee mag naar het kinderhuis.
Het
meisje klampt zich angstig vast aan haar
tijdelijke ‘moeder’ die geen geld of mogelijkheden heeft
om naast haar eigen vier kinderen voor dit meisje te blijven zorgen
en haar groot te brengen. Er wordt afgesproken dat de vrouw haar in
één van de weken erna zelf brengt. Zodat ze een bekende
bij zich heeft als ze in het kinderhuis komt. In de tussentijd kunnen
ze haar er goed op voorbereiden. Ze heet Luwena. (Spreek uit: ‘Lowina’).
Ze wordt dan de jongste van de kinderen in het kinderhuis. Hopelijk
vergeet ze haar verdriet daar snel…
Toch hebben we daar meer geluk gezien dan je zou verwachten. Stralende
vrouwen die water halen bij de pomp. Trotse moeders met baby’s
in draagdoeken. Lachende schoolkinderen met hun onderwijzers. Zingende
en dansende mensen in de kerk. Als je mensen de hand schudt zeggen ze:
‘Jesu paky’. Prijs Jezus. Daar moet je in Nederland eens
mee aankomen! ’s Avonds, na het eten, bij het licht van een olielamp,
gaan de kids voor ons zingen, net als de vorige keer. Maar nu met veertig
stemmen! Wat een geluid! Wat een enthousiasme! Henk heeft alles opgenomen
op een minidiskrecorder.
Binnenkort gaan we een cd maken met deze liedjes. We houden jullie op
de hoogte! De teksten van een aantal liedjes staan hier
op de site.
We hopen over een poosje terug te gaan, om de Karungu-kids hun eigen
cd aan te bieden. Nu al worden er liedjes van de ’10 jaar AMS’-cd
gedraaid op de radio in Nairobi! We zijn ook in de studio in Nairobi
geweest voor een interview over de muziek en over de AMS.
Wie meer over Bozy en de Karungu-kids wil weten: lees het boekje “Bozy
en de kraanvogel’ Kijk daarvoor bij ‘links’.
De opbrengst van de boekjes gaat naar de AMS.
|