Woont God in Afrika?

Onlangs waren Henk & Wilma van der Vinne samen met Astrid den Haan en Hetty Wesseling in Ghana voor een bezoek aan het project van de Andreas Manna Stichting onder straatkinderen in Takoradi. Wilma geeft een weergave van belevenissen.

Kleine kinderhanden

straatkinderenDe spanning en nieuwsgierigheid op hun gezichten knalt eruit wanneer we uit de auto stappen! Het welkom is hartverwarmend: "We welcome you, mammy Wilma, We welcome you, daddy Henk. We welcome you, sister Astrid, We welcome you, sister Hetty. May the Lord bless you, you are so good. May the Lord bless you, you are so kind." Tja, zijn we zo aardig? Voor hen in ieder geval wel. Naast ontroerd maakt hun lied een beetje verlegen. Daarna komen kleine kinderhanden. Ze vleien die stevig in de onze: zwart in wit! Alsof zwart alleen kan bestaan als wit ze omsluit! Of moeten we het zo zien dat die kleine kinderhanden de onze vullen? Met alles wat goed is en aardig? Altijd weer die eerste confrontatie met Afrika. Het is zo dubbel, het voelt zo verkeerd, maar het is zo goed om mee te maken! Zodra we er zijn: die hartelijkheid, die vriendelijkheid, maar is de verering – zoals het ook een beetje voelt – wel terecht? Je wilt er "nee" tegen zeggen, maar het kan niet. Het zou uiterst onvriendelijk zijn en daarom laat je het maar gebeuren, over je komen. Zelfs deze kleine Afrikanen, bewoners van de straten van Takoradi weten hoe ze het hart van de blanke man en vrouw stelen! Was er iemand die ze beschaving bijbracht? Of hoort het bij hun overlevingstechniek?

Feest

 

Feest is het: ze zetten het op een zingen en dansen dat het een lieve lust is! De kleinste is drie en de oudste ongeveer zestien jaar oud. Dansen, zoals alleen Afrikanen dat doen, op ritmes die alleen door Afrikanen kunnen worden gedanst. Als er gedanst wordt in de hemel, dan is dat op het ritme van Afrika! Blij met onze aanwezigheid let ieder voor zich er zorgvuldig op dat we hem of haar goed kunnen zien. Ook Hetty en Astrid moeten een dans leren… in die warmte. Hilariteit bij de kinderen, bewondering bij ons: ze doen het toch maar even! Als we er een paar dagen zijn komen de vragen: hoe we in Afrika terecht zijn gekomen. Wij vertellen ons verhaal: zelf geen kinderen beschouwen we hen als onze kinderen! Oei! Dat roept vragen op. Want ouders zorgen voor hun kinderen. Doen wij dat ook? Om de beurt gaan ze voor ons staan, onze kinderen: declameren gedichten en bijbelverzen. Want Afrika en God is één. Zou er een continent zijn waar God zó nadrukkelijk aanwezig is? Kind of volwassene: bijna ieder gelooft. Jezus, de lijdende Christus die het menselijke lijden verstaat. Die ook zelf heeft geleden om één te zijn met mensen die lijden: Als er ergens mensen zijn die weten wat lijden is, dan is het in Afrika. Als God in deze wereld woont, dan woont Hij in Afrika!

Dubbel gevoel

 

De volgende dag komen ze ons al tegemoet. Hangen aan ons en vechten om een plek op schoot. Maar het hoeft niet veel te zijn. Ze zijn gewend om te leven zonder comfort. Als er maar een plekje is, dan willen ze die best wel delen. Ze zingen en dansen en later komen ze één voor één voor ons staan om vragen te stellen. Isaac: "Waarom mogen er niet meer kinderen naar school?" Een gewetensvraag, denkend aan alle rijkdom in Nederland - elk jaar verschieten we weer voor omstreeks vijftig miljoen vuurwerk rondom de jaarwisseling – leggen we uit dat er nog geen geld voor is. Isaac kijkt naar onze kleding en schijnt te denken: Geen geld? Dat we ze eerst een nieuw huis moeten bouwen omdat ze uit het huidige huis weg moeten per 1 juni 2006. Hij neemt er schijnbaar genoegen mee. Maar Linda is nog niet zover: "Als ik klaar ben met de basisschool, wat dan?" Isaac luistert toe. Wat te zeggen? Want Linda zit in een opleidingstraject en mag ook na de lagere school doorgaan. Maar wie helpt Isaac? Zijn vraag galmt na tot in Nederland! Daarna legt Dorcas de vinger op de zere plek: Wat doen jullie met oude kleren? Wij: "Als ze kapot zijn weggooien en als ze goed zijn geven we ze weg aan arme mensen." Dorcas: "Waarom nemen jullie ze niet hier mee naartoe?" Ze bedoelt: Laat ons ze weggooien, wij dragen met plezier nog lange tijd kapotte kleding! Wij: "Wacht maar totdat de koffer opengaat!" Mary, een pittig ding vertelt dat ze dertien is en nog nooit haar verjaardag heeft gevierd. "Wanneer mag ik dat doen?" Ze legt uit dat ze graag wil trakteren op school en ze is één april jarig. We vertellen haar dat we morgen koekjes voor haar meenemen en dan mag ze die op school trakteren alsof ze jarig is. Ze loopt huppelend terug naar de groep. Moeten we er blij mee zijn? Het voelt zo dubbel! Billy: "Het is al zo lang geleden dat ik een kip stal. Ik heb er weer zin in. Kunnen jullie me kip geven? Het liefst met rijst!" Wat moet je deze Kruimeltje uitleggen: dat hij niet mag stelen? Hoe vertel je dat aan een kind die steelt om te overleven? De kinderen krijgen een feestmaal: een flink bord rijst en een fles fanta! Dan is het weer tijd om te zingen en leren ze ons een liedje en wij hen. De kleinsten kruipen op schoot en zodra we vertrekken klampen ze zich aan ons vast, willen ons niet laten gaan. We beloven natuurlijk dat we morgen terugkomen en dan leggen ze er zich bij neer.

Kinderen met een naam

 

Eén jongentje, Sandolf, doet niet mee met de spelletjes. Hij komt bij me zitten en slaat zijn kleine armpje om me heen. Een wijsneusje met een prachtig koppie van ongeveer zeven jaar. Hij vertelt dat hij niet met die wilde spelletjes meedoet, want zijn moeder is arm en kan geen nieuwe kleren kopen. Stel je voor dat hij valt en zijn broek stukker dan stuk maakt! Als hij begint te kletsen vertelt hij dat zijn ouders zijn gescheiden en dat hij zijn vader nooit meer ziet. Die woont heel ver weg met zijn oudere broer en zus. Sandolf woont met een kleiner zusje nog bij zijn moeder. Daar is hij eigenlijk alleen maar om te slapen. Overdag en 's avonds moet hij zichzelf zien te redden. Hij probeert nog wat geld te verdienen voor zijn moeder door spulletjes te verkopen op straat. Dit kleine ventje wat eigenlijk mee zou moeten spelen met de anderen, praat als een volwassene. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn moeder en kleine zusje. Het raakt me. Terwijl zijn gezicht lacht, verraden de ogen dat zijn hart huilt. Samuel is drie en een half jaar oud. Hij komt aan de hand van oudere zusje van vijf, elke dag naar het opvanghuis. Vader heeft zijn moeder verlaten bij zijn geboorte. Zijn moeder kon niet voor de kinderen zorgen en heeft ze op een dag, toen Samuel een half jaar was, bij oma gebracht. Moeder is met de noorderzon vertrokken. Behaaglijk op mijn schoot kijkt hij stoïcijns voor zich uit. Apathisch, met een rode gloed in zijn zwarte kroesharen vanwege ondervoeding. Dan is het grote moment daar: de koffer gaat open. Een Tshirt, een jurk of een broek. Iedereen is blij. We trakteren ze op cola en fanta en delen ballonnen uit. Zelfs de kleine Samuel van drie komt dan ineens tot leven. Voor het eerst zien we op zijn apathische gezichtje een lach. Wat een simpele ballon teweeg kan brengen!

In de straten

Rond de klok van zes gaan ze weer de straat op om te venten met hun handeltje. Verkopen water, plastic zakken of tandpasta en verdienen zo nog een paar centen. De grotere tienermeiden ook. We houden ons hart vast, want wie weet waar ze slapen? Ze lopen grote risico's op straat.
Daarom willen we ooit een nachtopvang bouwen. Dwars door arme buurten lopend brengen we een bezoek aan de gezinnen van twee medewerkers: Robert en Francis. Ze helpen onze kinderen op vrijwillige basis. Onderweg passeren we vuilnisbelten waar mensen op leven. Stappen over open riolen die door de wijk kronkelen als grijze slangen terwijl kinderen ertussen spelen en huppelen. In het centrum van Takoradi kopen we kralen in de zogenaamde "marketcircle". Dat is een grote marktplaats waar het winkelcentrum omheen gebouwd is in een cirkel. Daar slapen in de nacht de straatkinderen op en onder de marktkramen. Ratten en gieren snoepen van het afval en lessen hun dorst uit de open riolen. In het gedrang van de vele mensen bevinden zich voornamelijk kinderen met een handeltje op het hoofd: zeep, waspoeder, tandenborstels, kauwgum, chocola, wortels en ga zo maar door. Af en toe koopt iemand iets. Kinderarbeid? Wie wil het ze verbieden? Het zou hun dood zijn! Deze trieste wetenschap levert slechts mooie plaatjes op. Misschien is er nog iemand in Nederland te overtuigen van de nood van deze kinderen? Werkende kinderen.

Kapster

In hartje Takoradi op één hoog in de marketcircle volgt Bedua - jonge moeder van de straat - een kapsteropleiding. Twintig jaar met een kind van vier. Zelf het tiende kind van haar moeder dankt ze daaraan haar naam: Bedua, tiende. Ze gaat de opleiding tot kapster volgen. Bij de start gaat het officieel toe en krijgt ze een toespraak over haar plaats in de kapsalon en hoe haar gedrag moet zijn. Ook wordt van haar verwacht dat ze zich aan de werktijden houdt. Die is van zeven uur 's morgens totdat 's avonds de laatste klant weg is. Ook met de feestdagen wordt gewerkt. Zenuwachtig en emotioneel legt ze een gelofte af. Haar moeder legt uit dat vader overleden is en dat ze niet voor Bedua kan zorgen. Daarom zwierf ze al jong op straat. Moeder is blij dat haar dochter een kans krijgt. Mij wordt gevraagd aan het einde van de ceremonie om met Bedua te bidden. Midden in de kapperszaak gaat iedereen staan en bidt mee. Hoe gewoon in deze omstandigheden, hoe ongewoon voor ons!
Op het land dat aangekocht is voor de bouw van de nieuwe dagopvang even buiten Takoradi, wordt druk gewerkt. Er zijn fundamenten gelegd voor de omheining. Daarop wordt een muur gebouwd. Shaibu doet het ijzervlechtwerk en maakt daarmee de basis voor de betonnen palen. Hij was straatkind en volgde een opleiding tot smid en daarna ijzervlechten. Nu wordt hij ingezet op het project en verdient daarmee zijn eigen loon. Alles gaat op z'n Afrikaans. Eerst is er een waterbassin gemaakt. Acht vrouwen lopen de hele dag op en neer om water aan te voeren uit een verderop laag gelegen beekje, nodig voor het aanmaken van cement. Ze dragen de bakken op hun hoofd en storten die in de put. Een werker maakt cement met de schep. De werkers komen uit de regio en door hen in te zetten wordt arbeid gecreëerd en verdienen mensen een eigen inkomen.

Poppenkast

Als we de volgende dag om tien uur Theresia bezoeken, belanden we in de leukste poppenkast van Afrika. Een zeecontainer langs de straat doet dienst als naaiatelier. Daarvóór zijn ongeveer vijftien kleurige plastic stoeltjes neergezet. Daar mogen wij gaan zitten met onze neuzen richting container. De naaimachines zijn tijdelijk buiten gezet en erin staat nu een grote tafel. Daarachter zitten de officiële genodigden die je net nog kunt zien tussen de vele kunstbloemen door. Ook hier aan de straatkant wordt uitbundig gebeden en gezongen. Bij de buren met de naam "Gods elektronica" - ook in zeecontainer - zijn ze zo vriendelijk om de hele ceremonie met gepaste muziek - gospel en dat zo luid mogelijk - te ondersteunen. Aan de andere kant is een klein restaurantje, waar de frisdranken gehaald worden. De hele buurt heeft er zo voordeel van dat Theresia vandaag uitgezwaaid wordt. Ze heeft haar diploma gehaald. Iedereen is blij! Tussen alle "poppen" heeft ook Theresia een verlegen plaats gevonden. Alle stagebegeleiders die Theresia heeft gehad, komen aan het woord en geven haar een goed advies mee. Haar moeder is er ook bij en vertelt hoe blij ze is. Na het overlijden van haar man kon ze niet meer voor de kinderen zorgen en zo is ook Theresia op straat gekomen. Theresia kreeg hulp van de AMS. Maar toen raakte ze zwanger. Haar moeder was bang dat ze het alsnog niet zou redden. Maar Theresia mocht haar studie afmaken en terugkomen. Moeder spreekt haar dank uit naar de AMS en naar de onderwijzer omdat zij Theresia alsnog een kans hebben gegeven. Theresia krijgt cadeautjes en een collecte mee, die onder de aanwezigen wordt gehouden. Daarmee kan ze haar eigen bedrijfje starten. Er wordt na de officiële bijeenkomst gedanst op de keiharde muziek van de buurman. Het is een geweldig feest waarbij God de lachende derde schijnt te zijn!
Na de lunch is Shaibu aan de beurt. Zijn leermeester is drie maanden geleden overleden. Dus hij kan er niet bij zijn. Zijn vrouw vervangt hem. We betreden haar kleine, schamele huisje in een arm buurtje op een berghelling vlak bij de zee. Het wordt haar teveel en huilend loopt ze naar buiten. Aangezien het huisje veel te klein is voor zoveel mensen, wordt er besloten om de ceremonie buiten te houden. We klimmen omhoog naar een open plek onder een boom. Daar hebben we een prachtig uitzicht over het gebied. Gespannen wiebelen we op de plastic tuinstoeltjes op het randje van het plateau. Niet achterover vallen, want dan storten we drie meter onderuit! Shaibu krijgt gereedschap om voor zichzelf aan de slag te kunnen. Traditioneel krijgt hij een geitenbokje. Het arme beest is van slag en schreeuwt de hele buurt bij elkaar. Gelukkig is er de boom en wordt hij daaraan vastgebonden. Shaibu bedankt ons ettelijke malen voor alle hulp en maakt van de gelegenheid gebruik om uit te leggen dat hij nu eigenlijk een mobiele telefoon nodig heeft om zijn eigen bedrijfje te beginnen. Met de wetenschap in ons achterhoofd dat Theresia morgen een naaimachine krijgt, zeggen we Shaibu een mobieltje toe. Henk had zijn vorige mobiel al voor een "gelegenheid" meegenomen om weg te geven en zie hier: de gelegenheid.

Stroop

henk&wilma met kinderenAfscheid nemen valt zwaar: Ineens is er niet meer zoveel enthousiasme bij de laatste spelletjes en liedjes. Zelfs het feest met de waterballonnen komt niet op gang: alsof ze stroop in de benen hebben! De kinderen hangen het liefst om ons heen en willen ons eigenlijk het liefst alleen maar vasthouden. Stapelen ook bij ons pijn op pijn door steeds maar weer te zeggen hoe erg ze het vinden dat we weggaan. Vragen angstig of we weer terug komen. Uiteindelijk gaan we een uur eerder weg dan de bedoeling was. Om het afscheid te vervroegen. We zien er allemaal zó tegen op. In een kring geeft ieder elkaar een hand. Stuk voor stuk een dikke knuffel. Sandolf kruipt tegen Henk aan terwijl Billy nog eens bij Henk op schoot kruipt. Dan worstelen we ons uit de kinderhandjes en banen ons een weg naar de taxi. Terwijl ze rijdend snel kleiner worden, zwaaien de kinderen ons luid roepend uit tot we uit beeld zijn. Dan is het stil. Ieder voor zich vraagt zich zwijgzaam af: Zien we ze ooit weer terug? Vroeg in de volgende dag worden we opgehaald. In een drukke straat loopt Dominice ons tegemoet: één van de kinderen. We vragen de chauffeur te stoppen en roepen zijn naam. Ogen zo groot als theeschoteltjes lichten verbaasd op. Hij lacht van oor tot oor zodra hij ons ziet en begint uitbundig te zwaaien totdat we werkelijk niet meer te zien zijn. Wat gaat er in hem om? We laten Takoradi achter ons. Rijdend door de inmiddels vertrouwde straten gaan we de stad uit door het mooi Ghanese landschap op weg naar huis.


terug naar top