Stervende ouders, zwervende kinderen.

Samen met Elly en Rikkert Zuiderveld en hun muzikale compagnon Dick Le Mair, brengen Henk en Wilma van der Vinne vanuit de Nederlandse winter een bezoek aan het plaatsje Karungu in West Kenia. Vanwege aids en malaria is de middengeneratie grotendeels gestorven. Ouderloze kinderen vinden onderdak in het kinderhuis van de Andreas Manna Stichting. Elly & Rikkert maken een cd met de weeskinderen van Karungu.

Een verslag van Wilma van der Vinne

Lachende tanden

We genieten van het gevarieerde landschap tussen Nairobi en Karungu. Maar vooral ook van de kleurige mensen, de taferelen langs en op de weg. Hun vervoersmiddelen zijn een bezienswaardigheid. De ballast die ze op hun hoofden meedragen: kaarsrechte vrouwen, een beetje nonchalante mannen. Die met schijnbaar gemak hun nekwervels zwaar op de proef stellen. Hoe zou het hier in Afrika zijn met nek- en schouderklachten? Vanwege het laatste stuk weg, dat ooit heel goed en nieuw was nu werkelijk alleen nog heel slecht is, komen we laat en bij donker aan in Karungu. De kinderen wachten al uren op ons en barsten nu eindelijk los in hun nieuwe hartverwarmende welkomstliederen. In het licht van de auto zien we veel onbekende gezichtjes, kinderen die nieuw zijn. De groep is flink uitgebreid sinds de hulp uit Nederland ons in staat stelt dertien kinderen extra op te nemen. Bekende gezichtjes tussen de onbekende, lachende tanden. Na alle ontmoetingen eerst een maaltijd en dan het veel te kleine bed.

 

Zomerwarmte in wintertijd

Hoezeer ook de inheemse geluiden ons beletten te slapen, in het licht van de opkomende zon ontwikkelt zich een kakelbonte verrassing in kleuren en geluiden! De veranda van William’s huis showt een drieluik in geel en groen over het vóór ons liggende dal, alsof ons door de zon een diavoorstelling wordt gegeven. In de verte doorbreekt de schrille fluit van een vroege boer de harmonie en spoort zijn ossen aan die rechte voren trekken in een gebroken land. Het tafereel verplaatst zich in een wolkkolom van stof als een levend thema in het bonte vergezicht. Kijken en nog eens kijken, indrukken opdoen: een weldaad aan harmonie in taferelen en geluiden. Dick, Rikkert en Henk hebben genoeg energie om een vroege wandeling naar het Victoriameer te maken, in de reeds flink brandende ochtendzon. Elly en ik wandelen ondertussen naar het kinderhuis. Het is zomerwarmte in wintertijd: onderweg naar het meer, en ook in het kinderhuis komt die warmte ons tegemoet. Er zijn heel veel vooral kleine kinderen bij gekomen. We nemen ze allemaal op schoot en schieten de nodige plaatjes.

 

Stervende en zwervende

De kliniek langs de weg is niet meer dan een golfplaten hokje, waar veel zieke mensen komen om de dokter te raadplegen. Van alle kanten stromen ze toe uit de omliggende dorpen. Vooral moeders met jonge kinderen. Vandaag worden de kleintjes ingeënt. In het licht van het geopende zijluik telt de assistente van de dokter de pillen uit en schuift ze dan in een bruin zakje. Dan geeft ze die terug aan de dokter, die ze aan de patiënt geeft. Een doodzieke en broodmagere vrouw op een houten bankje trekt de aandacht van Elly: voorover gebogen met de handen in haar hoofd kijkt ze naar de grond: Aids. Ze heeft een infuus gehad en is nu klaar met de behandeling. Het blijkt dat ze in de war is en eigenlijk niet weg wil gaan. Elly is zichtbaar aangedaan, ze kijkt ons zwijgend aan, wil iets doen, maar wat is nog mogelijk? Dan slaat ze een arm om de vrouw en bidt met haar. Als we terug zijn drinken we thee op de veranda en praten erover. Er zijn hier zoveel van die trieste gevallen. De hele middengeneratie is gestorven en stervende. We zien veel jonge kinderen en oude mensen. Maar de middengeneratie moet gezocht worden. Hoe maak je straks thuis terug in eigen land duidelijk wat hier aan de hand is? Stervende ouders, zwervende kinderen…

 

Absolute stilte

Na het avondeten, in het flauwe schijnsel van twee olielampen zingen de kids onder blikken dakplaten de sterren van de hemel. Overrompelend hard, maar van een wonderlijke schoonheid! Elke avond na het eten: dat is de gewoonte sinds tien jaar. Geoefende stemmen die zonder muzikale begeleiding hun eigen “sound of music” produceren. Zo natuurlijk, zo mooi. Dit moet Nederland horen! Ook Dick – afgestudeerd conservatorium, ervaren en door de wol geverfde muzikale “rot” - die het voor de eerste keer meemaakt, gaat zichtbaar door de knieën. Niet de perfectie, maar de wonderlijke combinatie van natuurlijke vanzelfsprekendheid en de pure sound uit de binnenlanden van Afrika, verrassen ook hem! Terwijl de groten een paar liedjes zingen, kruipen de kleintjes doodmoe onder de grote eettafel weg tussen onze benen. Ik pluk er wat naar boven en zet ze op mijn knieën, knuffel ze. In zo’n veilige omgeving, op mijn schoot zittend, leggen ze hun “zware hoofdjes” op eigen armen op tafel en vallen onmiddellijk in slaap. Henk en Elly nemen er ook een paar op schoot, die met volle teugen van de aandacht genieten. Wanneer bijna de hele meute onder de tafel lijkt ingeslapen, sluit de oudste af. Absolute stilte! Op de veranda bij nacht, zinken de sterren schijnbaar in het Victoriameer, waar de vissers in het licht van hun hogedruklampen de sterren in hun netten lijken te vangen…

 

Vleugellam

Een dagje rust. Wat rondkijken bij de kliniek. Een kleuterklas komt aangedrenteld samen met hun juffrouw: bonte vogeltjes, soms met loopneuzen, openen hun snaveltjes voor smaakloze vitaminedruppels. Met de ballonnen van Elly kunnen ze nog niets. Er wordt geblazen, maar het lukt niet. Binnen de kortste keren drommen ze rond Rikkert en Dick, die voordoen hoe het moet. Met bijna Afrikaanse vanzelfsprekenheid bieden ze allemaal om de beurt hun ballon aan, zodat die gevuld wordt met Nederlands lucht. Gestimuleerd door het pretgezicht van een oer-Nederlands feestje op de Afrikaanse verbrande savanne, blazen ze hun longen uit tot ze groen en geel zien! Om deze Afrikaanse kinderen wat minder afhankelijk te maken, hadden we toch eigenlijk ook een pomp moeten meenemen. Want zonder dat blijven ze alsnog afhankelijk van hun Nederlandse gevers! Een klein meisje dat wat achteraf staat, begint over te geven: vleugellam! Ze voelt erg warm, waarom ik haar naar de dokter breng. Die constateert dat ze hoge koorts heeft. Haar bloed wordt onderzocht: Malaria. Ik draag het kind naar het ziekenhuis en leg het op een bed. Ze heet Adiambo. De juf komt kijken en vertelt me dat ze er niet zeker van is of haar moeder dit wel goed vindt, omdat ze erg arm is. Ik zeg tegen de juf dat ze de moeder maar moet geruststellen en dat ze zich geen zorgen hoeft maken om het geld. Haar kindje moet immers beter worden? Wanneer de moeder eind van de dag komt om haar kind te halen, is Adiambo na een infuus, alweer een heel stuk opgeknapt. Moeder neemt haar mee en bedankt met alles wat in haar is voor de geboden hulp. Ze moet in de dagen erna nog een paar keer terugkomen voor vervolgmedicatie.

 

Jammerklacht

Na de lunch zingen Elly en Rikkert samen met de kinderen en oefenen voor de kerkdienst de volgende dag. Henk filmt enkele liedjes, zodat het later in Nederland misschien nog bruikbaar is voor een eventuele DVD, zodra ze daar hun CD maken met de Karungu Kids. De volgende dag gaan we veel te laat naar de dienst. Voor het eerst staat er een krakerige geluidsinstallatie, die zeer doet aan oor en hart! Een megafoon is in een raam gehangen naar buiten. Is God doof geworden? Het kan gelukkig niet verhinderen dat de kinderen naar hartelust zingen samen met Elly en Rikkert. Ook in de kerk wordt gezongen en gedanst, geraakt en blij geworden door de opzwepende woorden van de voorganger. Op zijn uitnodiging, komen er verschillende mensen naar voren. Mensen die ik juist nog zag zingen en dansen, storten nu hartverscheurend huilend hun hart uit bij God. De stenen vloer is nat geworden zodra ze opstaan: een kerkvloer bezaaid met tranen. Druppels die snel verdampen, als op een gloeiende plaat, overtuigen ons van het feit dat deze dansende en lachende menigte beslist pijn heeft. Wat zullen ze hiermee oogsten? Even laten ze zich kennen in hun verdriet en gedenken ze allen hun doden in een ogenblik van hart tot hart met God bij wie ze hun jammerklacht bekend maken!

 

Het grote sterven…

De uitbundigheid van het kinderhuis staat in schril contrast met de situatie buiten de omheining, waar eenvoudige Afrikaanse lemen grashutjes het inheemse decor vormen van de typisch Afrikaanse armoedige levensstijl. Verstoken van alles wat zorg heet vindt daar het grote sterven plaats. In één daarvan woont de oma van Kennedy. Ze zorgt voor zijn kleine zusje sinds moeder is overleden. Al eerder overleed zijn vader: allebei aan aids. Er lopen nog een stuk of zestien kleine kinderen rond, waarvan oma zegt dat het haar kleinkinderen zijn. De ouders? Overleden. Oma’s man had meerdere vrouwen. Inmiddels allen oma’s, die wonen in een kleine gemeenschap allemaal bij elkaar, ieder met kleine kinderen allen in grashutjes met hun schamele spulletjes. Kennedy staat model voor Bozy in het boekje van Elly: “Bozy en de Kraanvogel.” In het hutje van oma is het erg donker en na gewend te zijn aan het schaarse licht, gaan Dick en Elly naast oma zitten op een ijzeren frame van wat ooit een bank is geweest. Rikkert zit gehurkt aan de andere kant van oma en spreekt een gebed voor haar uit en voor de kleine Veralyn op haar schoot: het driejarige zusje van Kennedy, waar ze nog voor zorgt. Eén van de kinderen uit het huis, vertaalt alles uit de stammentaal in Engels en andersom. Als we weer vertrekken, wandelen we langs andere grashutjes en ontmoeten nog meer kinderen en oude vrouwen. Decor van een stervend Afrika…

 

Michael

Op de veranda vertelt pastor Michael dat hij een kleindochter heeft gekregen die genoemd is naar mij: Wilma. Ik ben er trots op en hoop de kleine Wilma nog te ontmoeten. Dat gebeurt zodra we een paar dagen later zijn kleine dorpje binnenrijden. Zijn vrouw is verlamd geraakt tijdens de geboorte van het laatste kind acht jaar geleden en zij wil ons ook graag weer eens ontmoeten. In onze beleving zouden we even langs gaan en groeten, maar zo werkt dat niet in Afrika, dus staat de hele gemeenschap zingend en dansend op ons te wachten. De vrouwen hebben gekookt en we worden welkom geheten in de sobere, maar nette ruim opgezette lemen hut van Michael en zijn gezin. Witte kleedjes die neergelegd zijn als een blijk van gastvrijheid, liggen op de tafels en we krijgen een overheerlijke maaltijd. De kleine Wilma wordt voorgesteld en op mijn schoot gezet: ik moet eerlijk zeggen dat het me wel wat doet dat ze naar me is genoemd. We maken wat mooie plaatjes buiten, waar de avond het al wint van de dag. Dan komt er een mooie jonge vrouw naar ons toe met een klein meisje op de arm van ongeveer vier, misschien vijf jaar. Ze heet Lowena. Ze blijkt een weesje te zijn, een nichtje van de vrouw die haar nu verzorgt. Zij heeft zelf vier kinderen en zorgt nu ook voor dit meisje, maar ze kan haar er eigenlijk niet bij hebben. Ze vraagt of wij haar willen meenemen. Het meisje lijkt een beetje angstig en klampt zich aan de vrouw vast. We overleggen met William. Ze mag wel als onze dochter in het kinderhuis komen wonen, maar het lijkt ons niet goed om haar nu in een bus vol met blanke mensen mee te nemen. Dat zou wel heel erg traumatisch zijn. Afgesproken wordt dat de pleegmoeder het kind eerst zal voorbereiden op het verblijf in het kinderhuis en dat ze haar zelf zal brengen volgende week. Zodra we wegrijden is het donker. We hebben nog een uur te gaan en het is niet prettig rijden in het donker. Stilletjes zinken we weg in onze gedachten over Lowena en de nood van zoveel kinderen hier in het gebied. Opnieuw wordt duidelijk waar we mee bezig zijn…
 

Alsof er niets aan de hand is

Thuisgekomen staat er weer eten op ons te wachten. We nemen niet meer. Is het Lowena? Of een gevolg van het naderende afscheid? Zin in eten is er ineens niet meer. Op deze laatste avond gaan we naar het kinderhuis om afscheid te nemen. Er is ogenschijnlijk niets veranderd: de kinderen zingen het dak eraf. Henk spreekt ze vaderlijk toe en ik bid voor ze en zegen ze. Stuk voor stuk komen ze langs en krijgen allemaal een knuffel en een persoonlijk woord. Als we weglopen, zingen ze heel zacht als groep: ”Goodbye, I pray for you, you pray for me”. Ik houd het niet droog als we weglopen. Ook de anderen slikken iets weg… Ooit leerden we ze allemaal kennen op een leeftijd als die kleine Lowena. En zie ze nu hier: sommigen al boven de twintig jaar en klaar om uit te vliegen met de kraanvogels die elke morgen overtrekken in het schemerdonker: luid toeterend. Een signaal dat het tijd is. Tijd om op te staan omdat de zon opgaat. Tijd om op te staan in veerkracht, met gewis lijden in het vooruitzicht. Zonder angst, in grote levensmoed, maar met de wetenschap dat het elk moment voorbij kan zijn… Niet onze kinderen misschien, maar zoveel anderen nog wel! De zon zien opgaan over de Afrikaanse savanne: al vele jaren gaat hij op, alsof er niets aan de hand is, alsof er niets verandert.
 

Er zit muziek in…

Terug in Nederland gaan Elly en Rikkert en Dick le Mair samen met hun collega’s aan de slag om een cd voor te bereiden met de kinderen uit ons huis in Karungu. “De omgekeerde wereld” Liedjes opgenomen in het kinderhuis, worden muzikaal omlijst en aangevuld met Nederlandse tekst. Nederlandse koren doen mee. Het lied van Afrika krijgt vorm, ook in Nederland. Een cd bedoeld voor Afrika in Engels “Amani/Peace”. Er zit muziek in Afrika. Zie voor meer informatie over de Andreas Manna Stichting en de nieuwste kinder-cd van Elly en Rikkert met de Karungu Kids: www.andreasmanna.org en www.ellyenrikkert.nl


terug naar top